Mijn dochter is een puber nu. Een echte puber. En ik moet zeggen; dat valt niet altijd mee.
Het is ook allemaal wel erg snel gegaan; in anderhalf jaar tijd is ze van het kind dat ze was, uitgegroeid tot een mini-vrouwtje. Dat overigens wel een stuk boven mij uittorent tegenwoordig. Een prachtig zwaantje. Maar ook steeds vaker een onbekende. Een onbereikbaar wezen dat met oordoppen in en een scherm voor d’r neus op de bank zit. Zonder mij een blik waardig te keuren. Want ouders zijn in haar ogen ontzettend stom geworden.
Alleen haar vriendinnen zijn belangrijk momenteel. En meedoen. Erbij horen. Zo had ze laatst een sportdag op het water met school. Ze gingen waterfietsen. Een aantal jongens had toen bedacht dat het leuk was om de meiden in het water te gooien. Dochter wist niet hoe snel ze d’r pomp af moest doen; ze wilde net als de anderen in het water gegooid worden. Liever het koude water in dan vanwege haar diabetes te worden overgeslagen. Dat zijn zo van die keuzes die ze nu maakt. Lees verder



