Vannacht had ik een nachtmerrie: ik droomde dat ik ging kamperen met de kinderen. Het was op een heel enge camping, vol met moordlustige tbs’ers. We liepen er eerst een poos rond, op zoek naar een geschikte slaapplek. Die was moeilijk te vinden, want het was behoorlijk druk op de griezelcamping. Op een zeker moment realiseerde ik me plotseling dat ik mijn oudste kind, de diabetesdochter, nog ergens moest ophalen. Ik snelde dus naar mijn auto en reed weg. Eenmaal onderweg dacht ik ineens weer aan mijn jongste kind. Ik had haar zomaar achtergelaten op die camping. Zonder een afgesproken verblijfplaats, zonder telefoon. Op een levensgevaarlijk kampeerterrein vol enge griezels! Ik zag haar al voor me; rondlopend, op zoek naar mij, huilend. Een prooi voor alle zieke geesten. Met bonkend hart werd ik wakker. Het duurde een poos voordat ik zeker wist dat mijn kind gewoon veilig in haar eigen bed lag te slapen.
Waarom droomde ik dit? Ik wist het antwoord eigenlijk meteen al. Het was:
HET SCHULDGEVOEL.
In een gezin met een chronisch ziek kind is de aandacht vaak oneerlijk verdeeld. Het is gewoon zo dat de andere (gezonde) kinderen regelmatig een stap opzij moeten doen. Een diabetesmoeder uit Canada die ik ken, noemde dat ooit: de achterbankpositie. Ik vind dat eigenlijk wel een treffende omschrijving.
Lees verder